Hoe regeneratieve landbouw de wereld kan veranderen
Over Sarah Langfords boek 'Rooted'
Toen ik deze substack begon, leek het me een aardig idee om ook te schrijven over boeken over relevante zaken, zoals dierenwelzijn of voedselbosbouw. Dat is minder vermakelijk dan foto’s van hoe wij aanmodderen met varkens, maar voor een enkeling hopelijk toch interessant.
Daarom bespreek ik in deze nieuwsbrief Rooted: How Regenerative Farming Can Change the World van Sarah Langford uit 2022.
Ik heb het niet gekocht vanwege de cover, maar omdat ik wilde lezen hoe regeneratieve landbouw in zijn werk gaat. Door de ondertitel verwachtte ik dat het ging over technieken en dat het een theoretisch kader zou bieden voor ons werk hier, maar dat bleek slechts in beperkte mate het geval.
Rooted gaat wel degelijk over hoe regeneratieve landbouw werkt, maar dan vooral via de persoonlijke verhalen van boeren in het Verenigd Koninkrijk voor wie de transitie naar regeneratief goed heeft uitgepakt.
Familiegeschiedenis
Langford (1981) begint met het verhaal over hoe ze met haar gezin vanuit Londen in 2017 naar het platteland verhuisde. Het leest alsof je er zelf bij bent; het is een non-fictieverhaal met personages en drama, een mix van memoires en reportages. Langford leunt op een hek, de wind ruist door de bladeren van een boom, haar kinderen rennen tussen de graanstoppels en dan herinnert ze zich de boerderij van haar grootouders en maakt ze een sprong in de tijd.
Opa Peter was boer na de Tweede Wereldoorlog. Er was grote vraag naar voedsel en met hulp van de overheid en met gebruik van chemie en machines konden boeren als Peter daarin goed voorzien. Kleine boerderijen verdwenen en landbouw werd een industrie. Inmiddels zijn de schaduwkanten daarvan bekend: opwarming van de aarde, biodiversiteitsverlies, ontbossing, boze boeren, consumenten die niet weten waar hun eten vandaan komt, achteruitgang van de kwaliteit van voedsel, etc.
Vooral veel stedelingen hebben inmiddels een negatief beeld van boeren en zo belandt Langford bij het verhaal van haar oom Charlie, ook boer. Charlie gelooft niet in de ‘klimaatgekte’, was pro-Brexit, haat George Monbiot en andere veganisten, ploegt lachend zijn grond en gebruikt nog altijd kunstmest en pesticiden. Enerzijds wil ze haar oom begrijpen, hij produceert toch een berg voedsel, anderzijds wil ze hem ervan overtuigen dat het ook anders kan.
In de hoofdstukken die volgen vertelt Langford hoe zij en haar man het boerenbedrijf van haar schoonouders (deels) regeneratief maken. Dat wisselt ze af met hoofdstukken waarin ze verhalen van boeren vertelt die ook de transitie hebben gemaakt. Alle boeren die ze sprak zijn gelukkiger geworden, hun grond, planten en dieren zijn gezonder en hun bedrijven succesvoller.
Samenwerken met de natuur
Langford gaat sporadisch in op enige technieken, die neerkomen op samenwerken met de natuur. Niet de grond kapot ploegen, geen gif en kunstmest gebruiken. Vee laten grazen en vaak verplaatsen (mob-grazing). Een diversiteit aan gewassen zaaien, liefst zonder te ploegen, de grond bedekt houden. Maar het boek is geen handleiding voor regeneratief boeren.
Ze vertelt over boeren met winkeltjes of een restaurant, wat ik inspirerend vond voor onze toekomst hier: een winkel met vriezers vol varkensvlees, eieren, groenten, tweedehands boeken natuurlijk ook. Aan huis producten verkopen herstelt de band tussen boer en burger, schrijft Langford: als mensen hun eten bij de boer kopen, krijgt die een betere prijs en de consument een beter product. Daardoor waardeert de burger de boer meer en andersom, en zo is het ook regeneratief voor het gemeenschapsgevoel.
Biodiversiteit acht ze terecht van groot belang en daarom planten zij en haar man heggen aan. Heggen waren eeuwenlang onderdeel van het Engelse cultuurlandschap en vormen een oase voor vele diersoorten, maar in de jaren zeventig zijn de heggen uit naam van de vooruitgang weggesnoeid om het land beter begaanbaar te maken voor grote machines. Zulke feiten illustreren de tragiek van de landbouw sinds de Tweede Wereldoorlog.
Een landbouwrevolutie
Gelukkig er nu een revolutie gaande, althans zo noemt Langford de transitie naar regeneratieve landbouw: ‘This farming revolution is about keeping the earth covered, about a diversity of plants and animals and people, about mob-grazing and direct selling.’ Dat laatste is het revolutionairste aspect, want als het de boer lukt zijn producten zelf aan consumenten te verkopen, herwint de boer autonomie en verliest the middle man, het grootkapitaal, zoals de supermarktketen of de voedingsindustrie.
Aan het eind van het rit is Langford gelukkiger door haar verhuizing naar het platteland en haar onderzoek naar boeren. Ze voelt zich meer verbonden met de natuur en de grond, meer geworteld, vandaar de titel — en dat begrijp ik, want zo ervaar ik het ook. En ze heeft meer begrip voor boeren.
Langford schrijft met oog voor detail en verwondering, ze maakt personages van zichzelf en de andere mensen in het boek. Als schrijver vond ik dat interessant, want zelf ben ik niet geneigd zo te schrijven, terwijl mijn verhalen voor lezers misschien wel een stuk boeiender zouden zijn als ik dat meer zou doen – het illustreert goed het verschil tussen een Sunday Times-bestseller en een matig gelezen nieuwsbrief op substack.
Rooted geeft een uitgebreid beeld van het boerenbestaan in Engeland, vroeger en nu, met een goed onderbouwde en overtuigend gebrachte visie voor de toekomst, in een rijke mix van memoires en reportages.
¡Viva la Revolución!
Het is evident dat ‘gangbare’ landbouw – monocultuur, pesticiden, kunstmest – onhoudbaar is en dat de transitie naar een gezonde praktijk noodzakelijk is.
Wij hebben hier in Spanje maar een klein boerderijtje vergeleken bij Langford en de boeren die ze beschrijft, wij zijn beginners en amateurs, maar toch voel ik me aangesproken door Langfords boek en geroepen om samen te werken met de natuur en onderdeel te zijn van deze landbouwrevolutie. Dus ik sluit af op z’n Spaans: ¡Viva la Revolución!


